Jean-Bédel Bokassa: De Keizer Kannibaal (2003)

9 months ago
32

In een stoffig dorpje, Bobangui, in wat toen nog het Franse Oubangui-Chari heette, zag Jean-Bédel Bokassa het levenslicht op 22 februari 1921. De Centraal-Afrikaanse Republiek, zoals het land later zou heten, was nog ver verwijderd van enige vorm van eigenheid. Bokassa’s jeugd was getekend door verlies: zijn ouders stierven toen hij nog een jongen was. Missionarissen namen hem onder hun hoede, gaven hem een katholieke opvoeding en een kans om te dromen van iets groters.

Op zijn achttiende trok hij het uniform van het Franse leger aan. De Tweede Wereldoorlog bracht hem van de Afrikaanse savanne naar Europese slagvelden, waar hij zijn moed bewees. Later volgden missies in Indochina en Algerije, en tegen de tijd dat zijn land in 1960 onafhankelijk werd, was Bokassa een officier met ervaring en ambitie. Hij werd hoofd van het prille Centraal-Afrikaanse leger, een positie die hem dicht bij de macht bracht.

Die macht greep hij in 1965, toen hij zijn neef, president David Dacko, met een staatsgreep aan de kant schoof. Als president probeerde Bokassa zijn land vooruit te stuwen – wegen, mijnen, een eigen koers. Maar zijn greep werd harder, zijn stijl autoritair. In 1972 riep hij zichzelf uit tot president voor het leven. Niet genoeg, blijkbaar, want in 1976 ging hij een stap verder: hij kroonde zichzelf tot keizer Bokassa I, in een ceremonie die glansde van pracht maar kraakte onder de kosten. Het volk keek toe, terwijl de schatkist leegde en de armoede groeide.

Zijn keizerlijke droom duurde niet lang. Beschuldigingen van onderdrukking en wanbeheer stapelden zich op. In 1979, terwijl Bokassa elders was, greep Frankrijk in. Soldaten landden, Dacko werd terug in het zadel geholpen, en de keizer vluchtte naar Ivoorkust, later naar Frankrijk. In 1986 keerde hij onverwacht terug, misschien uit trots of nostalgie. Het werd zijn ondergang: arrestatie, een proces, een veroordeling tot de doodstraf – later omgezet in levenslang. In 1993 kreeg hij gratie en mocht hij de cel verlaten.

De man die ooit keizer was, leefde zijn laatste jaren in stilte in Bangui. Zijn gezondheid takelde af, zijn gedachten dwaalden. Hij noemde zichzelf de "13e apostel" en sprak over geheime gesprekken met paus Johannes Paulus II – woorden die meer klonken als echo’s van een vervlogen tijd dan als een nieuwe roeping. Op 3 november 1996 blies hij zijn laatste adem uit, een man die zijn land zowel hoop als chaos had gebracht.

00:00 Inleiding
01:36 Jeugd in Ubangi-Chari
02:48 Tweede Wereldoorlog
03:26 Onafhankelijkheid en staatsgreep
06:12 Internationale relaties
08:17 Charles de Gaulle
09:00 President voor het leven
09:54 Kinderen van Bokassa
11:08 Eerste huwelijk van Bokassa
11:45 Radio Bangui
12:48 Voorbereidingen van de coronatie
14:00 Belgische ambassadeur in Bangui
14:13 Kroning van keizer Bokassa I
17:45 Franse vriendschap
18:27 Gruweldaden
21:16 Afzetting van Bokassa
22:28 Ballingschap in Ivoorkust
22:39 Franse corruptie
26:14 Ballingschap in Frankrijk
28:58 Interview met Bokassa
31:40 Terugkeer naar Bangui
32:39 Veroordeling van Bokassa
33:58 Vrijlating van Bokassa
34:04 Bokassa, de 19de apostel
37:25 Laatste dagen van Bokassa

#JeanBédelBokassa #CentraalAfrikaanseRepubliek #Documentaire

Loading comments...